100 jaar mycologische tijdschriften in Nederland
De tijdschriften van de Nederlandse Mycologische Vereniging
Coolia is niet altijd het tijdschrift van de leden van de NMV geweest. In de eerste jaren was er zelfs helemaal geen periodiek; alle mycologische berichten verschenen aanvankelijk in 'De Levende Natuur' (in 1896 opgericht en uitgegeven door E. Heijmans en Jac.P. Thijsse). Pas vanaf 1914 verscheen de 'Mededeelingen'. In 1929 werd ook 'Fungus' opgericht, zodat er jarenlang twee tijdschriften waren. De laatste 'Mededeelingen' verscheen in 1952. 'Fungus' bleef tot 1958 bestaan, zodat het ook nog vier jaar vescheen nįįst de in 1954 opgerichte 'Coolia'.
Bronnen van deze pagina:
G.L. van Eyndhoven (1958): Bij het 50-jarig jubileum der Nederlandse Mycologische Vereniging. Coolia 5 (3-5), blz. 18-33.
A.E. Jansen (1983): Uit de geschiedenis van de Nederlandse Mycologische Vereniging. Coolia 26(4), blz. 83-92.

1914-1952
Meededelingen van de Nederlandsche Mycologische Vereeniging
In 1914 werd binnen de vereniging een Commissie van Redactie gekozen, die zich zou bezighouden met de redactie van de 'Mededeelingen van de N.M.V.', welke min of meer regelmatig zouden verschijnen. Toch verscheen het tijdschrift niet elk jaar en tussen het voorlaatste deel dat in 1946 vercheen, en het laatste deel, volume 30, gaapte een kloof: dat verscheen uiteindelijk pas in 1952.
Naast wetenschappelijke artikelen werden in de 'Mededeelingen' ook jaarveslagen en ledenlijsten gepubliceerd, maar in de loop van de 20-er jaren werd het tijdschrift steeds wetenschappelijker. Het blad verscheen bovendien maar eenmaal per jaar en soms werd ook wel een jaar overgeslagen. De roep om een dunner tijdschrift, dat vaker per jaar moest verschijnen en ook meer populair en leesbaarder moest zijn, werd daarom steeds luider.
Hieronder het omslag en de eerste pagina van volume 25 van de 'Mededeelingen' uit 1941.
De delen 1 t/m 15 zijn als PDF beschikbaar en kunt u hier downloaden.
Mededeelingen XXV Mededeelingen XXV

1929-1958
Fungus
In 1929 werd het tijdschrift 'Fungus' opgericht. Dit vormde een impuls op het ledenaantal dat al jaren aan het afbrokkelen was en nu ineens toenam van ongeveer 225 naar zo'n 300. De inhoud werd door een deel van de leden nog altijd "te wetenschappelijk" genoemd en de redactie lokte op bijna elke vergadering discussie uit. Het grootste deel van haar bestaan bestond 'Fungus' nįįst de 'Meededelingen' (waarvan het laatste nummer in 1952 verscheen) en in de laatste jaren bleef het voortbestaan nįįst 'Coolia' (dat in 1954 werd opgericht). In 1959 besloot men 'Fungus' op te heffen om financiėle redenen, maar ook omdat het Rijksherbarium het tijdschrift 'Persoonia' ging uitgeven dat als opvolger was bedoeld.
Hieronder vier nummers van 'Fungus': het "eerste aankondigingsmummer" en het officiėle eerste nummer uit 1929 en daaronder twee nummers zonder omslag, waarvan de tweede het laatste nummer uit 1958 is. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verscheen 'Fungus' regelmatig, maar het blad was dunner en zonder kaft. Waarschijnlijk was de uitgave illegaal, daar de vereniging nooit gereageerd had op "verzoeken" lid te worden van het "persgilde". Het nummer dat in oktober 1944 had moeten verschijnen, verscheen pas in december 1945; de kopij had al die tijd in de kluis van drukkerij Veenman gelegen.
Fungus 20(4) Fungus 28(1-4)

1954-heden
Coolia
In 1954 werd een correspondentieblad opgericht, dat 'Coolia' ging heten en dat naast populaire floristische en systematische artikelen ook verslagen en convocaties zou moeten bevatten. Het nieuwe blad zou zes maal per jaar worden uitgebracht, nįįst 'Fungus', dat 1 ą 2 maal per jaar zou blijven verschijnen. Maar na 1958 werd 'Fungus' opgeheven en 'Coolia' bleef als enig verenigingstijdschrift over. De eerste jaren werd Coolia gestencild onder redactie van Dr. C. Bas, die in 1960 het roer overgaf aan dhr. P.B. Jansen onder wiens redactie 'Coolia' uitgroeide tot een ge-offset blad met steviger, kleurrijk omslag. Al die jaren verscheen 'Coolia' zes maal per jaar (hoewel soms enkele nummers tezamen in één omslag werden uitgebracht). In 1973 werd de redactie overgenomen door Dr. J.A. Stalpers, ondersteund door Dr. R.A. Samson (beide van het Centraal Bureau voor schimmelcultures te Baarn). 'Coolia' werd nog wat dikker en mooier en ging nu op vaste data viermaal per jaar verschijnen. In de afgelopen 33 jaar heeft 'Coolia' onder verschillende redacties nog tweemaal een formaatswijziging ondergaan, maar altijd betekende dit een verbetering en ook werd het blad steeds dikker. De eerste kleurenfoto's verschenen in 1997 in Coolia 40(2), een gebeurtenis die vanwege de hoge kosten aanvankelijk enorme discussies tijdens de ledenvergadering had opgeroepen. Door deze financiėle beperking is het aantal pagina's met kleurenfoto's tot op heden nog steeds beperkt gebleven tot acht, maar sinds 2007 is ook het omslag in kleur.
Hieronder het eerste nummer van 'Coolia' uit 1954, het jublieumnummer uit 1983 (75 jaar NMV), het omslag van een index, waarop tien verschillende 'Coolia'-omslagen zijn afgebeeld, en het meeste recente nummer. Oude Coolia-uitgaven kan men hier PDF-bestanden downloaden. Indices op de jaargangen vanaf 1981 kan men ook downloaden: klik hier.
Coolia 26(4)
Coolia index 1993-2002



Deze pagina is een onderdeel van www.mycologen.nl