Aandacht voor exotische paddenstoelen in Nederland

Cryphonectria parasitica: 'Chestnut blight'
Begin vorige eeuw heeft zich in het oosten van de Verenigde Staten een ecologische ramp van formaat voltrokken. De Amerikaanse tamme kastanje (Castanea dentata) bleek daar zeer vatbaar te zijn voor een Aziatische schimmel (Cryphonectria parasitica, syn. Endothia parasitica) die met plantmateriaal vanuit AziŽ rond 1900 in de staat New York werd ingevoerd.
Vervolgens stierven tussen 1904 en 1950 vrijwel alle volwassen bomen binnen het oorspronkelijk areaal (zie kaart hieronder).


Taxonomie
Rijk:
Devisie:
Subdevisie:
Klasse:
Subklasse:
Orde:
Familie:
Soort:



Fungi
Ascomycota
Pezizomycotina
Sordariomycetes
Sordariomycetidae
Diaporthales
Valsaceae
Cryphonectria parasitica

Chestnut-areaal Sinds 1938 ook in Europa
Deze voor het hout en de vruchten economische belangrijke tamme kastanjesoort was, tot dat moment, de dominante bosboom binnen het gebied waar deze voor kwam. Momenteel komen nog slechts enkele tientallen vruchtdragende bomen binnen het oorspronkelijk areaal voor. Vanaf 1938 wordt Cryphonectria parasitica ook in Europa gevonden, waar het zich weliswaar minder agressief gedraagt, maar desondanks toch veel slachtoffers eist.

Aantastingen melden
De Nederlandse Mycologische Vereniging is gevraagd op te letten op het voorkomen van deze soort binnen Nederland. De schimmel is incidenteel in Nederland gevonden in de provincies Limburg, Noord-Brabant en Gelderland. Blijkbaar nog nooit door ťťn van onze leden, want ze is niet opgenomen in de binnenkort te verschijnen nieuwe Standaardlijst.

Kenmerken van de aantasting
De ziekte kenmerkt zich in kankergezwellen op de stam en takken. Vaak zijn op de afstervende plekken Nectria-achtige vruchtlichaampjes te vinden.
Boven de ziekteplekken sterven de takken af terwijl deze onder deze afgestorven plekken weer uitlopen. De bladeren blijven lang nadat de takken zijn afgestorven zitten zodat zieke bomen vaak van verre te herkennen zijn.
kastanjekanker
vruchtlichamen Voortplanting
Op de ziekteplekken zijn na enige tijd rode nectria-achtige vruchtlichaampjes te zien (foto links).
Binnen deze vruchtlichaampjes zijn 10-20 perithecia aanwezig. De ascosporen zijn doorzichtig, tweecellig en ingesnoerd op het septum. De maat van de ascosporen bedraagt 10 x 4 μm.
perithecia Er worden ook aseksuele sporen (conidiŽn) gevormd. Deze worden in lange gele dradige structuren naar buiten geperst. Ze zijn recht tot enigszins gebogen. De afzonderlijke conidiŽn zijn 2-3 x 1 μm groot.
Op dit moment wordt actief tegen conidia infecties opgetreden. Dit betekent dat na het vaststellen van aanwezigheid de betreffende aangetaste boom wordt gerooid en vernietigd. Een rigoureuze maatregel waarvan verwacht wordt dat het de verspreiding van de ziekte zal tegengaan. De geÔnfecteerde bomen kunnen via een e-mail worden gemeld aan aan exoten@mycologen.nl. Deze meldingen zullen worden doorgegeven aan het Team Invasieve Exoten.
dode takken

Tekst: Menno Boomsluiter 2013
Foto’s: gemerkt Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA); Andere foto’s zijn met toestemming geplaatst van Daniel Rigling Eidg. Forschungsanstalt fŁr Wald, Schnee und Landschaft (WSL), Switzerlandmet
Kaart: USDA Forest Service