Catharina Cool
Catharina Cool Catharina Cool (1874-1928)
Coolia 11(1-3) 1964
Catharina Cool neemt een heel bijzonder plaats in in de NMV en het is niet voor niets dat haar naam sinds 1954 voortleeft in die van het tijdschrift "Coolia", dat daarom bovendien van 1964 tot 1977 ook nog gesierd werd met een tekening van het door haar ontdekte Odeurzwammetje, dat zij in 1918 beschreef onder de naam Lepiota odorata (Huijsman richtte in 1943 bij een revisie ter ere van haar het geslacht Coolia op en hernoemde de soort in Coolia odorata).
Coolia 20(4) 1977
J.S. Meulenhoff schrijft over haar: "Niet alleen was zij een ijverig lid en een ijverige conservatrice, van onze vereeniging, niet alleen gaf zij, naar haar krachten, wetenschappelijken arbeid en gaf zij alle tijd en werkkracht aan onze vereeniging, aan onze collectie in Leiden en aan het onderzoek van de Nederlandsche zwammen-flora, doch als het levend geworden enthousiasme en de met heilig vuur bezielde propagandiste zal Catharina Cool steeds in onze herinnering een eerste plaats innemen." Catharina Cool was jarenlang aan het Rijkherbarium te Leiden verbonden als conservatrice van de NMV. Zij had een grote paddenstoelenkennis die zij uitdroeg in talloze excursies, maar ook in kookcursussen voor huisvrouwen.
Catharina Cool Foto: Catharina Cool in het Phytopathologisch Laboratorium "Willie Commelin Scholten" te Amsterdam

Vernoemde paddenstoelen:
Coolia macrocephala (Schulzer) Huijsman (= Leucopaxillus m.)
Coolia odorata (Cool) Huijsman (= Squamanita o.)
Coolia schreieri Huijsman
Mycena cooliana Oort
Mycenella cooliana (Oort) Singer

Het paddestoelenboek (1943) Het paddestoelenboekje (1913) Het paddestoelenboekje is vele decennia (van 1913 tot ver in de jaren 70) een van de belangrijkste determinatieboeken voor paddenstoelen in ons taalgebied geweest...

Verder lezen:
Cool, Cath. & H.A.A. van der Lek (1913): Het paddenstoelenboekje.
Crevel, R. van (1983): Catharina Cool. Coolia 26(4), blz. 107-113.
Meulenhoff, J.S. (1931): In Memoriam Catharina Cool. Mededeelingen van de Nederlandsche Mycologische Vereeniging 18-20, blz. 19-21.