Coolia 69(1)
In dit nummer schrijft onze voorzitter, Ton Hermans, hoezeer onze vereniging bloeit, maar dat er een nieuwe Coolia-redactie zit aan te komen, enkele bestuursleden afzwaaien en vervangen zullen worden en dat er tal van activiteiten zijn, waarvoor extra vrijwilligers nodig zijn. Menno Boomsluiter laat ons zien dat de Oranje oesterzwam zijn opmars in Nederland te danken heeft aan het veranderende bosbeheer van de afgelopen decennia. Daarna gaat Eduard Osieck op zoek naar joekelsporen in het Horsterwold en hij vindt er heel wat! Dit leidt zelfs tot een determinatietabelletje voor soorten op spaanse aak in Europa van het geslacht Massaria. De column van Rob Chrispijn gaat over tijdgesprekm want het paddenstoelenseizoen duurt in feite maar zes weken en daarin moet alles gebeuren: talloze determinaties en beschrijvingen maken van vooral Russula's en Gordijnzwammen. Peter-Jan Keizer neemt ons mee naar een paar oude dennenbossen op de Veluwe, waar hij al decennialang onderzoek doet. Een belangrijke conclusie is dat in deze dennenbossen over langere tijd de ontwikkelingen goed bestudeerd kunnen worden. Kees van Oorde signaleert dat het Pruimenkettingspoortje niet aleen op Amerikaanse vogelkers, maar ook op onze inheemse vogelekers voorkomt en Marian Jagers beschrijft een prachtige nieuwe meruloïde korstzwam op brem, zo variabel dat hij soms gewoon op een Oranje aderzwam lijkt. Nico Dam laat ons kennismaken met het Naaldhoutspiraalkorstje, waardoor we vanaf nu zeker beter op glimmerige dingen gaan letten, want sommige slakkensporen zijn dat niet, maar leuke trilzwammen! Tenslotte biedt deze Coolia een viertal interessante excursieverslagen.






