Promotieonderzoek naar de naamgeving van paddenstoelen in het Nederlands

Op 23 september hoopt Anneke van der Putte te promoveren op haar proefschrift ter verkrijging van de graad van doctor aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Middels systematisch literatuur- en bronnenonderzoek is het ontstaan van Nederlandse paddenstoelnamen in de periode 1200-1900 in het taalgebied (Nederland, Vlaanderen, een stukje Nederlandstalig Frankrijk en een strook Duitsland langs de oostelijke grenzen) blootgelegd. Vóór 1200 waren er nog geen Nederlandse (volks)namen bekend, voor zover geschriften dat laten zien; slechts de naam Agaricus, die al opduikt in Griekse en Romeinse overleveringen uit de oudheid, is om zijn geneeskrachtige werking bekend, evenwel zonder dat men precies wist om welke paddenstoel het ging! Vóór Linnaeus gold deze naam echter niet een plaatjeszwam, maar een boomzwam, die in heel Europa in elke apotheek aanwezig was. Er heeft een levendige handel in bestaan tot bijna in onze tijd...
De vroegste Nederlandse naam voor 'paddenstoel' die we tot nu toe kennen is 'banet'. Het woord is met de hand bijgeschreven in het Oudwestvlaams Herbarium uit ca. 1220. Banet is een oud Vlaams woord voor baenst, dat 'tondel' betekent.
Rond 1900 verandert er het een en ander in de Nederlandse naamgeving van paddenstoelen, niet in de laatste plaats door toedoen van Cool en Van der Lek die in hun paddenstoelenboekje (1913) een oproep doen aan paddenstoelenliefhebbers bruikbare namen aan te dragen voor soorten die nog geen Nederlandse naam hebben. Tot op heden is deze werkwijze om paddenstoelen van Nederlandse namen te voorzien gebruikelijk gebleven.

Anneke van der Putte, die aan de Radboud Universiteit Nijmegen afstudeerde in o.a. de vakken Oude geschiedenis en Latijnse taal- en letterkunde, participeert al jaren in de Commissie voor Nederlandse namen van paddenstoelen (CNN) van de NMV en KVMV.