Een vermeende vaalhoed die een Reuzenbreeksteel bleek te zijn


Conocybe intrusa (Peck) Singer.

Kees Pinster

Theo van de Meer, woonachtig in Rijnsburg (ZH), vond op 18 mei  drie exemplaren van de Reuzenbreeksteel. Ze groeiden aan de voet van het Kanonplantje (Pilea mollis) afkomstig van een tuincentrum in Wassenaar. In eerste instantie werd gedacht aan een grote Hebeloma, mogelijk de Grote vaalhoed, maar bij microscopisch onderzoek door Kees Pinster werden geknopte caulo- en cheilocystiden aangetroffen, dus dat leek meer op een Conocybe. Met de sleutel in Flora agaricina neerlandica 6 kom je snel bij de Reuzenbreeksteel uit, de enige uit de sectie Giganteae. Met een ridderzwamachtige vorm, een berijpte steel en dikwandige sporen zonder pore is het onmiskenbaar een Reuzenbreeksteel. Volgens de literatuur een soort met een hoofdverspreiding in de subtropen. De warme lente heeft mogelijk de groei van deze soort mogelijk gemaakt

 

Literatuur

E. Arnolds (2005): Flora agaricina neerlandica, blz. 150.
H. Lammers (1995): Warme zomer brengt subtropische Concoybe. Coolia 38, blz. 135.