Milieucodes

Het is belangrijk bij uw waarnemingen van paddenstoelen ook de bijbehorende ecocodes of milieucodes op te geven. In het PaKa-formulier zijn deze codes in aparte tabbladen vermeld. Hieronder worden ze allemaal gegeven in één tabel.

Alle ecocodes, gegroepeerd naar habitat, substraat en organisme

(update 6 oktober 2021)

Habitat    
CODE OMSCHRIJVING_LANG OMSCHRIJVING_KORT
00 Kapvlaktes, recreatiebosjes, bossen op veen Kapvlakte, recr.bos, bos op veen
01 Kapvlaktes van naaldbos kapvlakte, naaldbos
02 Kapvlaktes van gemengd bos kapvlakte, gemengd bos
03 Kapvlaktes van loofbossen op min of meer arme bodems (als in 17) kapvlakte, loofbos, arm
04 Kapvlaktes van loofbossen op min of meer rijke bodems (als in 14, 15, 16) kapvlakte, loofbos, rijk
05 Jonge bosaanplant rond recreatieterreinen e.d. op arme bodems ("rommelbosjes, recreatiebosjes") jonge bosaanplant, arm
06 Jonge bosaanplant rond recreatieterreinen e.d. op rijke bodems ("rommelbosjes, recreatiebosjes") jonge bosaanplant, rijk
07 Loofbossen op vochtig tot uitgedroogd laagveen (vgl. 12, 13) loofbos, uitdrogend laagveen
08 Loofbossen op vochtig tot uitgedroogd hoogveen (vgl. 12, 13) loofbos, uitdrogend hoogveen
10 Opgaande loofbossen (lanen en houtwallen, zie 4) Loofbossen
11 Wilgenvloedbossen op natte kleibodems (Salicion albae p.p., vrnl. langs de grote rivieren; voor grienden zie 21; voor wilgenstruwelen met Grauwe of Geoorde wilg zie 22) wilgenvloedbos
12 Elzenbroekbossen op natte tot vochtige bodems (Alnion glutinosae) elzenbroekbos
13 Berkenbroekbossen op natte tot vochtige bodems (Betulion pubescentis) berkenbroekbos
14 Loofbossen (meest Eik, Els, Es, Iep) op (matig) vochtige, voedselrijke klei (Alno-Padion p.p., vrnl. langs de grote rivieren en in de polders; "kleibossen") loofbos, rijke klei
15 Loofbossen (meest Eik, Es, Iep) op vochtig tot droog (matig) voedselrijk zand of lemig zand (Alno-Padion p.p., vrnl. binnenduinrand, polders, beekdalen) loofbos, rijk zand
16 Loofbossen (meest Eik, Haagbeuk, Beuk) op matig droge tot droge, kalkrijke leem of klei (Carpinion betuli, vrnl. Zuid-Limburg) loofbos, kalkrijke leem
17 Loofbossen (meest Eik, Beuk, Berk) op matig vochtige tot droge, kalkarme, voedselarme zand- of leembodems (Quercion robori-petraeae, vrnl. op Pleistoceen) loofbos, arm zand
18 Opgaande populieren- en wilgenbossen met grazige of kruidenrijke ondergroei ("boomweiden", vgl. 11 en 21) boomweide (populier, wilg)
20 Loofhoutstruwelen en hakhout Struwelen, hakhout
21 Wilgengrienden (Salicion albae p.p.) wilgengriend
22 Sporken-Wilgenbroekstruwelen (meest Geoorde en Grauwe wilg, Vuilboom, Gagel) op vochtige tot natte bodems (Salicion cinereae) wilgenbroekstruweel
23 Sleedoorn-Meidoornstruwelen buiten de duinen (Rubion subatlanticum; vrnl. langs de rivieren en in Zuid-Limburg) sleedoorn-meidoornstruweel
24 Duindoorn-struwelen, eventueel met Vlier of Liguster (Sambuco-Berberidion p.p.) duindoorn-struweel
25 Kruipwilgstruwelen (Salicion arenariae) kruipwilgstruweel
26 Overige struwelen in de duinen (Meidoorn, Kardinaalsmuts, Wegedoorn etc.) (Sambuco-Berberidion p.p.) struwelen, duinen
27 Eikenhakhout eikenhakhout
28 Essenhakhout essenhakhout
29 Overig hakhout hakhout, overig
30 Naaldbossen en -struwelen, gemengde loof- en naaldbossen Naaldbos, gemengd bos
31 Naaldbossen op matig vochtige tot droge, kalkarme, voedselarme zand- of leembodems (vrnl. op het Pleistoceen) naaldbos, droog, arm
32 Naaldbossen op vochtige tot natte, kalkarme, voedselarme bodems (vrnl. op Pleistoceen) naaldbos, vochtig, arm
33 Naaldbossen op (matig) droog, (matig) kalkrijk of voedselrijk zand en lemig zand (vrnl. in de duinen (ook in waddengebied) en in de polders) naaldbos, droog, rijk zand
34 Naaldbossen op vochtige tot droge, (matig) kalkrijke of voedselrijke klei en leem (vrnl. rivierengebied, Zuid-Limburg) naaldbos, vochtig, rijk klei
35 Jeneverbesstruwelen (Dicrano-Juniperetum, Squarroso-Juniperetum) jeneverbesstruweel
36 Gemengde loof- en naaldbossen op matig vochtige tot droge, kalkarme, voedselarme zand- of leembodems (vrnl. op Pleistoceen) gemengd bos, droog, arm
37 Gemengde loof- en naaldbossen op vochtige tot natte, kalkarme, voedselarme bodems (vrnl. op Pleistoceen) gemengd bos, vochtig, arm
38 Gemengde loof- en naaldbossen op (matig) droog, (matig) kalkrijk zand en lemig zand (vrnl. in de duinen en in de polders) gemengd bos, droog, rijk zand
39 Gemengde loof- en naaldbossen op vochtige tot droge, (matig) voedselrijke of kalkrijke klei of leem (vrnl. rivierengebied, Zuid-Limburg) gemengd bos, vochtig, rijk klei
40 Houtwallen (opgeworpen aarden wallen met bomen of struiken), houtsingels (vlakke smalle stroken met bomen of struiken), houtkaden, lanen (incl. met bomen beplante wegbermen) en bosranden Houtwallen, -singels, lanen
41 Houtwallen op vochtige en natte bodems houtwal, vochtig
42 Houtwallen op (matig) droge bodems houtwal, droog
43 Loofhoutsingels en bosranden op nat tot droog voedselrijk zand, leem of klei loofhoutsingel, rijk
44 Loofhoutsingels en bosranden op vochtig tot nat voedselarm veen, zand of leem loofhoutsingel, vochtig, arm
45 Loofhoutsingels en bosranden op droge, voedselarme zand- of leembodems loofhoutsingel, droog, arm
46 Lanen op vochtige tot natte (matig) kalkrijke of voedselrijke bodems (vrnl. rivierengebied, polders, beekdalen) laan, vochtig, rijk
47 Lanen op matig vochtige tot droge, (matig) kalkrijke of voedselrijke bodems (vrnl. duinen, polders, Zuid-Limburg) laan, droog, rijk
48 Lanen op vochtige tot natte, kalkarme, voedselarme bodems (vrnl. op Pleistoceen) laan, vochtig, arm
49 Lanen op matig vochtige tot droge, kalkarme, voedselarme zand- of leembodems (vrnl. op het Pleistoceen) laan, droog, arm
50 Heiden, heischrale graslanden, zandverstuivingen Heide, heischraal gras, stuifzand
51 (Matig) droge heidevelden in het binnenland (Genisto-Callunetum) (vergraste heiden, zie 53 en 59) heide, droog, binnenland
52 Vochtige tot natte heidevelden in het binnenland (Ericetum tetralicis) heide, vochtig, binnenland
53 Pijpestrootjesvelden (Molinia-velden) pijpestrootjesveld
54 (Matig) droge duinheiden (Empetrion nigri) heide, droog, duinen
55 Vochtige tot natte duinheiden (Empetro-Ericetum) heide, vochtig, duinen
56 (Matig) droge heischrale graslanden (Violion caninae p.p.) heischraal grasland, droog
57 Vochtige heischrale graslanden (Violion caninae p.p.) heischraal grasland, vochtig
58 Binnenlandse zandverstuivingen (Spergulo-Corynephorion; voor open zand in de duinen zie 8) zandverstuiving
59 Vergraste (matig) droge heidevelden in het binnenland heide, droog, vergrast
60 Venen, moerassen, oevers Venen, moerassen, oevers
61 Levende hoogvenen (met Sphagnum, meestal in veenputjes en langs vennen, in het Midden, Oosten en Zuiden van het land) hoogveen, levend
62 Uitgedroogde hoogvenen, afgegraven veen, turfwanden hoogveen, uitgedroogd
63 Voedselrijke rietlanden en andere kruidachtige oevervegetaties (Phragmitetalia, Filipendulion) rietland, oevervegetatie
64 Voedselarme Veenmos-rietlanden (Pallavicinio-Sphagnetum, Sphagnetum palustri-papillosi; alleen in oude laagveenmoerassen) veenmos-rietland
65 Zeggemoerassen (Magnocaricion) zeggemoeras
66 Trilvenen (Caricion curto-nigrae p.p., Caricion davallianae p.p.) trilveen
67 Natte tot vochtige duinvalleien (Caricion davallianae p.p.) duinvallei
68 Droogvallende bodems van meren en sloten (Bidentetea tripartiti) droogvallende bodem
69 Organisch aanspoelsel (vloedmerk) langs rivieren en meren organisch aanspoelsel
70 Graslanden (heischrale graslanden en zandverstuivingen, zie 5; wegbermen, zie 9) Gras- en hooilanden
71 Graslanden op sterk bemeste, natte tot droge bodems, intensief beweid en/of gemaaid (Agropyro-Rumicion crispi p.p.) grasland, sterk bemest
72 Weilanden op vochtige tot droge, matig bemeste bodems (Lolio-Cynosuretum) weiland, matig bemest
73 Hooilanden op matig vochtige tot droge, matig bemeste klei of zavel (Arrhenatheretum elatioris; vrnl. langs de grote rivieren, Zuid-Limburg) hooiland, droog, klei
74 Hooilanden op vochtige tot natte, zwak of matig bemeste bodems (Calthion palustris; vrnl. in beekdalen en op laagveen) hooiland, nat, matig arm
75 Hooilanden op vochtige tot natte, onbemeste veen- of zandbodems (Blauwgraslanden; Junco-Molinion) hooiland, nat, arm
76 Graslanden op onbemeste krijthellingen (Koelerio-Gentianetum; uitsluitend Zuid-Limburg) grasland, krijthelling, arm
77 Graslanden op niet of zwak bemest, (matig) droog zand in de duinen (Galio-Koelerion) grasland, arm, duinen
78 Graslanden op niet of zwak bemest, (matig) droog, kalkhoudend zand of lemig zand (Medicagini-Avenetum, Sedo-Cerastion; vrnl. op rivierduinen en hellingen langs de grote rivieren en Overijsselse Vecht) grasland, kalkrijk zand, rivieren
79 Graslanden op niet of zwak bemest, (matig) droog, kalkarm zand of lemig zand (Thero-Airion; vrnl. op het Pleistoceen) grasland, kalkarm zand, binnenland
80 Open duinen, kwelders, zandplaten; muren en gebouwen Duinen, kwelders, z.platen, muren
81 Buitenste zeeduinen (Helmduinen; Ammophiletea) zeeduin
82 Droge, zandige of met mos begroeide plekken in de kustduinen (Violo-Corynephoretum, Tortulo-Phleetum) kustduin, zand, droog
83 Kwelders en zilte graslanden (Asteretea tripolii) kwelder
84 Niet of schaars begroeide zandplaten(vrnl. Deltagebied, Lauwersmeer) zandplaat
85 Binnen gebouwen, uitgezonderd kassen (zie 87, 88) gebouw
86 Buitenmuren (b.v. grachtmuren), beschoeiingen buitenmuur
87 Onverwarmde kassen kas, onverwarmd
88 Verwarmde kassen kas, verwarmd
89 Steenstorten, puinhellingen, mijnafval steenstort
90 Akkers, ruigten, bermen, dijken, stedelijk gebied (lanen zie 4) Akker, ruigte, berm, stad, park
91 Akkers, stoppelvelden, bollenvelden, braakland (Secalietea, Polygono-Chenopodietalia) akker
92 Sier- en moestuinen, erven tuin, erf
93 Stadsparken, plantsoenen, boomgaarden, kerkhoven met geboomte park, plantsoen
94 Droge ruigtevegetaties, vuilnisbelten (Sisymbrietalia, Arction) ruigtevegetatie, vuilnisbelt
95 Spoorbermen, emplacementen etc. spoorberm
96 Boomloze wegbermen op droge, voedselarme zand- of leembodems wegberm, droog, arm
97 Boomloze wegbermen op vochtige tot natte, voedselarme bodems wegberm, vochtig, arm
98 Boomloze wegbermen of dijken op matig vochtige tot droge, voedselrijke bodems wegberm, droog, rijk
99 Boomloze wegbermen of dijken op vochtige tot natte, voedselrijke bodems wegberm, vochtig, rijk
     
Substraat    
CODE OMSCHRIJVING_LANG OMSCHRIJVING_KORT
10 Op de grond Grond
11 Grof strooisel (litter), bijvoorbeeld verterende bladeren en naalden, heidestrooisel strooisel
12 Humus, humusrijke of humeuze bodems humus
13 Venige bodems of veen veen
14 Humusarm zand zand, humusarm
15 Humusarme klei of leem klei, humusarm
16 Compost- of bladhopen compost- of bladhopen
17 Opdrogende modder modder
18 Niet of zwak verweerde turf turf
19 Steenslag of puin steenslag
20 Op levende houtige planten (bomen, struiken) Hout, levend
21 Stammen (dikker dan ± 15 cm) stammen, levend
22 Stobben (hakhout, knotbomen, dikker dan ± 15 cm) stobben, levend
23 Takken (dikte ± 1-15 cm) takken, levend
24 Twijgen (dunner dan ± 1 cm) twijgen, levend
25 Wortels (uitgezonderd mycorrhiza-paddestoelen) wortels, levend
26 Aan de voet van levende bomen boomvoet, levend
27 Dode delen (bijv. wondplekken) van levende bomen wondplekken, levend
30 Op onbewerkte dode, houtige planten of houtige plantedelen (verbrand hout, zie 6; bewerkt hout, zie 9) Hout, dood
31 Stammen (dikker dan ± 15 cm) stammen, dood
32 Stobben (hakhout, knotbomen, dikker dan ± 15 cm) stobben, dood
33 Stronken (dikker dan ± 15 cm) stronken, dood
34 Takken (dikte ± 1-15 cm) takken, dood
35 Twijgen (dunner dan ± 1 cm) twijgen, dood
36 Hekpalen hekpalen
37 Wortels en ondergronds hout wortels,dood
38 Spaanders, hout- en schorssnippers spaanders, snippers
39 Zaagsel zaagsel
40 Op kruidachtige planten, plantedelen of kegels van naaldbomen Kruid'planten, kegels
41 Bladeren, aangehecht aan de plant bladeren, aan de plant
42 Afgevallen bladeren bladeren, afgevallen
43 Bladstelen bladstelen
44 Stengels (stro zie 96, hooi zie 97) stengels
45 Wortels of wortelstokken wortels
46 Bloemen of bloeiwijzen (b.v. katjes van bomen) bloemen
47 Kegels van naaldbomen kegels
48 Overige vruchten (b.v. bessen, elzeproppen) vruchten
49 Zaden (b.v. zaad van Elzen) zaden
50 Op mossen, levermossen of lichenen Mossen, lichenen
51 Levend veenmos (Sphagnum) veenmos, levend
52 Dood veenmos (Sphagnum) veenmos, dood
53 Levende overige bladmossen (zie ook 57) bladmossen, levend
54 Dode overige bladmossen bladmossen, dood
55 Levermossen (Hepaticae) levermossen
56 Lichenen (Korstmossen) lichenen
57 Haarmos (Polytrichum) haarmos
60 Op brandplekken of verbrand hout Brandplekken
61 Verse, onbegroeide brandplek brandplek, vers
62 Oude, begroeide brandplek brandplek, oud
63 Verbrande stam (gedeelten) verbrande stam
64 Overige verbrande houtresten verbrande houtresten
70 Op dieren of uitwerpselen van dieren Dieren, mest
71 Lijken van gewervelde dieren, botten, hoorn dierenlijken
72 Braakballen of veren braakballen, veren
73 Uitwerpselen uitwerpselen
74 Mesthopen (voor composthopen zie 16) mesthopen
75 Rupsen of vlinderpoppen (Lepidoptera) ruspen, vlinderpoppen
76 Vliegen of muggen (Diptera) vliegen, muggen
77 Kevers (Coleoptera) kevers
78 Spinnen spinnen
79 Overige ongewervelde dieren (eventueel apart te vermelden) ongewervelden, overige
80 Op andere paddestoelen Paddestoelen
81 Ondergrondse paddestoelen (Truffels, schijntruffels) truffels, schijntruffels
82 Plaatjeszwammen (Agaricales, zie ook 83-85) plaatjeszwammen
83 Melkzwammen (Lactarius) melkzwammen
84 Nevelzwam (Clitocybe nebularis) Nevelzwam
85 Russula (Russula) Russula
86 Bovengrondse Buikzwammen (gasteromyceten) buikzwammen
87 Buisjeszwammen (Polyporaceae) buisjeszwammen
88 Korstzwammen (Resupinate Aphyllophorales zonder poriën) korstzwammen
89 Bovengrondse ascomyceten ascomyceten
90 Op bewerkt hout en andere niet genoemde substraten Hout, bewerkt, stro e.a.
91 Op bewerkt hout in de open lucht hout, bewerkt, buiten
92 Op bewerkt hout in gebouwen hout, bewerkt, binnen
93 Muren, cementen vloeren e.d. muren, vloeren
94 Papier, karton e.d. papier, karton
95 Niet genoemde substraten (eventueel apart te vermelden) niet genoemde substraten
96 Stro stro
97 Hooi hooi
98 Rieten daken rieten daken
     
Organisme    
CODE OMSCHRIJVING_LANG OMSCHRIJVING_KORT
0010 Loofbomen en -struiken, houtige klimplanten Loofbomen en -struiken
0011 Acer spp. div. (Esdoorn) Acer
0012 Aesculus (Paardekastanje) Aesculus
0013 Alnus (Els) Alnus
0014 Betula (Berk) Betula
0015 Carpinus (Haagbeuk) Carpinus
0001 Castanea (Tamme kastanje) Castanea
0007 Cornus (Kornoelje) Cornus
0016 Corylus (Hazelaar) Corylus
0017 Crataegus (Meidoorn) Crataegus
0018 Euonymus (Kardinaalsmuts) Euonymus
0019 Fagus (Beuk) Fagus
0021 Frangula (Vuilboom) Frangula
0022 Fraxinus (Es) Fraxinus
0023 Hedera (Klimop) Hedera
0024 Hippophaë (Duindoorn) Hippophaë
0025 Ilex (Hulst) Ilex
0026 Juglans (Walnoot) Juglans
0027 Lonicera (Kamperfoelie) Lonicera
0028 Malus (Appel) Malus
0029 Myrica (Gagel) Myrica
0008 Platanus (Plataan) Platanus
0031 Populus spec. (Populier, zie ook 3.2-3.4) Populus spec.
0032 Populus alba/canescens (Witte/Grauwe abeel) Populus alba/canescens
0033 Populus canadensis/nigra (Canadese/Zwarte populier) Populus canadensis/nigra
0034 Populus tremula (Ratelpopulier) Populus tremula
0035 Prunus spec. (Prunus, zie ook 3.6-3.9) Prunus spec.
0036 Prunus avium/cerasus (Zoete/Zure kers; ook gekweekte kers) Prunus avium/cerasus
0037 Prunus padus (Vogelkers) Prunus padus
0038 Prunus serotina (Amerikaanse vogelkers) Prunus serotina
0039 Prunus spinosa (Sleedoorn) Prunus spinosa
0041 Pyrus (Peer) Pyrus
0042 Quercus spec. (Eik, zie ook 4.3-4.5) Quercus spec.
0043 Quercus petraea (Wintereik) Quercus petraea
0044 Quercus robur (Zomereik) Quercus robur
0045 Quercus rubra (Amerikaanse eik) Quercus rubra
0046 Ribes (Ribes) Ribes
0047 Robinia (Witte acacia) Robinia
0048 Rosa (Roos) Rosa
0049 Rubus (Braam, Framboos) Rubus
0051 Salix spec. (Wilg, zie ook 5.2-5.5, 0.6) Salix spec.
0052 Salix alba (Schietwilg) Salix alba
0053 Salix aurita/cinerea (Geoorde/Grauwe wilg) Salix aurita/cinerea
0006 Salix caprea (Boswilg) Salix caprea
0054 Salix fragilis/triandra/viminalis (Kraak/Amandel/ Katwilg) Salix fragilis/triandra/viminalis
0055 Salix repens (Kruipwilg) Salix repens
0002 Sambucus (Vlier) Sambucus
0056 Sorbus (Lijsterbes) Sorbus
0057 Tilia (Linde) Tilia
0058 Ulmus (Iep) Ulmus
0059 Overige loofbomen (eventueel apart te vermelden) loofbomen, overige
0060 Naaldbomen en -struiken Naaldbomen en -struiken
0003 Abies (Zilverspar) Abies
0061 Juniperus (Jeneverbes) Juniperus
0062 Larix (Larix) Larix
0063 Picea (Spar) Picea
0064 Pinus (zie ook 6.5-6.8) (Den) Pinus
0065 Pinus nigra (Zwarte den, Oostenrijkse den) Pinus nigra
0066 Pinus pinaster (Zeeden) Pinus pinaster
0067 Pinus strobus (Weymouthden) Pinus strobus
0068 Pinus sylvestris (Grove den) Pinus sylvestris
0004 Pseudotsuga (Douglasspar) Pseudotsuga
0005 Taxus (Taxus) Taxus
0069 Overige naaldbomen (eventueel apart te vermelden) naaldbomen, overige
0070 Grassen en grasachtige planten (Zeggen, Russen) (zeer incompleet) Grassen, grasachtigen
0071 Agrostis (Struisgras) Agrostis
0072 Ammophila (Helm) Ammophila
0073 Carex (Zegge) Carex
0074 Eriophorum (Wollegras) Eriophorum
0075 Holcus (Witbol) Holcus
0076 Juncus (Rus) Juncus
0077 Molinia (Pijpestrootje) Molinia
0078 Phragmites (Riet) Phragmites
0079 Overige grasachtige planten (eventueel apart te vermelden) grasachtige planten, overige
0080 Overige kruidachtige planten (incl. varens en dwergstruiken, zeer incompleet) Kruidachtige planten
0081 Anemone (Anemoon) Anemone
0082 Calluna (Struikheide) Calluna
0083 Carduus/Cirsium(Distel/Vederdistel) Carduus/Cirsium
0084 Dryopteris (Niervaren) Dryopteris
0085 Erica (Dopheide) Erica
0086 Pteridium (Adelaarsvaren) Pteridium
0087 Trifolium (Klaver) Trifolium
0088 Urtica (Brandnetel) Urtica
0089 Overige kruidachtige planten (eventueel apart te vermelden) kruidachtige planten, overige
0090 Gewervelde dieren Gewervelde dieren
0091 Geit geit
0092 Haas/Konijn haas/konijn
0093 Hert/Ree hert/ree
0094 Koe koe
0095 Mens mens
0096 Paard paard
0097 Schaap schaap
0098 Vogel vogel
0099 Overige gewervelde dieren (eventueel apart te vermelden) dieren, gewervelde, overige