Validatie van waarnemingen

Wie paddenstoelenwaarnemingen doorgeeft aan de Kartering, levert een bijdrage aan het gegevensbestand van de NMV en de NDFF. Dit bestand wordt o.a. gebruikt voor het samenstellen van de Rode lijst, het vaststellen van hotspots van paddenstoelen, en diverse onderzoeken zoals de invloed van het veranderde klimaat op de paddenstoelenflora. Het is daarom van groot belang dat de hierin opgenomen gegevens correct zijn. Daar ben je als waarnemer als eerste voor verantwoordelijk. Dit betekent dat ALLEEN waarnemingen mogen worden doorgegeven, waarvan de determinatie 100% ZEKER is.
Waarnemingslijsten inleveren is daarom geen kwestie van “scoren”, maar vooral van integriteit!
De NMV heeft een team van validatoren tot haar beschikking die uw waarnemingen valideert voor ze kunnen worden opgenomen in de database van de NDFF.

Nieuwe validatiecriteria

De in de Beknopte Standaardlijst (2013) ingevoerde validatiecodes, het 'MCF'-systeem, hebben we in 2020 min of meer verlaten. De codes gaven aan dat een soort bewaard (C), microscopisch gecontroleerd (M) en/of gefotografeerd (F) moest worden. Dit systeem bleek in de praktijk niet hanteerbaar en is daarom aangepast.

Microscopie

In het veld is slechts een beperkt aantal paddenstoelen herkenbaar. De meeste soorten behoeven een microscopische studie om met enige zekerheid gedetermineerd te kunnen worden. Deze soorten worden in Paka aangeduid met een ‘M’. Soorten zonder M zijn in principe in het veld herkenbaar, maar ook dat is niet voor iedereen even gemakkelijk, daar komt ervaring bij kijken. Soorten die in het veld herkenbaar zijn krijgen in Paka een ’V’ van velddeterminatie. Elke soort heeft dus een ‘M’ of een ‘V”, en dit staat ook op de Verspreidingsatlas bij de soortinfo aangegeven.
De ‘M’ is een belangrijk signaal voor waarnemers om tijdens excursies materiaal mee te nemen en thuis met behulp van literatuur op relevante microscopische kenmerken te toetsen. Dit criterium kan zowel zeldzame als algemene soorten betreffen, van de laatste bijvoorbeeld Wit oorzwammetje (Crepidotus variabilis) en Rondsporig oorzwammetje (C. cesatii). Bij validatie zijn waarnemingen van deze soorten zonder microscopische controles meestal onaanvaardbaar, tenzij opgegeven door specialisten met veel ervaring. Opgaven zonder microscopische controle zullen worden opgenomen onder een sensu lato soort, in het genoemde voorbeeld als Crepidotus variabilis sensu lato.
Het is zinvol zelf een microscoop aan te schaffen en te leren hier goed mee om te gaan. Binnen de NMV en door sommige paddenstoelenwerkgroepen worden regelmatig microscopieworkshops georganiseerd. Ook kunt u veel belangrijke informatie vinden over microscopie, benodigdheden en technieken op de microscopiepagina's op allesoverpaddenstoelen.nl.

Fotografie

Dat de F van fotografie verdwenen is betekent niet dat het niet zinvol zou zijn om een of meerdere foto’s (ook van details en/of  microscopische kenmerken) te maken, zeker in het geval van zeldzame soorten. Een foto kan bovendien verplicht gesteld worden bij enkele andere invoerkanalen, anders kan de waarneming niet gevalideerd worden.
Leer goede paddenstoelenfoto's maken: volg de online cursus paddenstoelenfotografie op allesoverpaddenstoelen.nl0

Collecties bewaren

Waarnemingen van paddenstoelen hebben in een aantal gevallen alleen  waarde als er bewijsmateriaal van wordt bewaard. Dit geldt niet alleen voor soorten die nieuw zijn voor Nederland of zeldzaam zijn, maar ook voor soorten die in een afwijkend habitat of buiten het normale verspreidingsgebied worden gevonden. Op de on-line Verspreidingsatlas wordt de verspreiding van de soorten in Nederland weergegeven en daarop is tevens te zien hoe zeldzaam een soort is.
Ook voor je eigen mycologische ontwikkeling is het zinvol om materiaal te bewaren van soorten die moeilijk te determineren zijn. Kom je dezelfde soort later nogmaals tegen dan kan je die vergelijken met je eerdere vondst(en). Maar het is ook nuttig als je je determinatie door anderen wilt laten controleren. Wanneer het om zeldzame of moeilijk te determineren soorten gaat, zal een districtscoördinator of specialist soms materiaal van een vondst opvragen ter controle. Een validator kan een waarneming weigeren als er geen bewijsmateriaal bewaard is.

Paddenstoelen drogen

Bewaren van paddenstoelen gaat prima, als  je ze maar grondig droogt. De microscopische kenmerken blijven daarbij behouden. Het drogen mag niet te snel gaan. Het beste gaat het in een warme luchtstroom van ongeveer 40° C. Zeer kleine of dunne vruchtlichamen kunnen worden gedroogd door ze in een doosje met silicagel te stoppen; bij kleine inktzwammetjes is dit zelfs de aanbevolen methode: je dient de silicagel al mee te hebben in het veld, omdat deze soorten zo vergankelijk zijn dat zij al vergaan zijn voordat je thuis bent. Omdat gedroogde paddenstoelen er heel anders uit zien dan verse, is het belangrijk een goede beschrijving te maken en die bij het materiaal op te bergen. Meer informatie hierover kan men lezen in het 'Basisboek Paddenstoelen' (Dam, Kuyper & Dam, 2006, blz. 50-51). U kunt ook een bijbehorend gestandaardiseerd beschrijvingenformulier voor plaatjeszwammen downloaden.

Tips bij het verzamelen

Bij het verzamelen van fungi moet erop gelet worden dat:
1 niet twee of meer soorten door elkaar worden verzameld;
2 per collectie een zo groot mogelijke variatie wordt verzameld, waaronder zo mogelijk jonge en volgroeide exemplaren;
3 de steelvoet niet wordt vergeten;
4 smaak, geuren en kleuren z.s.m. worden vastgesteld en genoteerd;
5 niet meer wordt aangeraakt (steel!) dan strikt noodzakelijk is;
6 indien mogelijk exemplaren blijven staan.
Thuis gekomen wordt de collectie beschreven: d.w.z. meten, tekenen, structuren met een loep bekijken en indien wenselijk het maken van een sporenprent. Maak daarbij gebruik van het beschrijvingenformulier voor plaatjeszwammen.