Paddenstoelen van moerassen en venen

Doel van het project is het volgen van de Rode lijst status van zeven soorten die zijn geselecteerd voor de habitat richtlijn en die voorkomen in moerassen en venen. Dit gebeurt mede in verband met de beoordeling van de staat van instandhouding van habitat typen, zowel binnen als buiten de Natura 2000 gebieden. Hiervoor moet elke zes jaar worden gerapporteerd aan de Europese Unie.
Zeven soorten zijn aangewezen als typisch voor moerassen en venen: de Moerashoningzwam, het Kaal veenmosklokje, het Veenmosvuurzwammetje, het Broos vuurzwammetje, de Witte berkenboleet, de Veenmosbundelzwam, en de Veenmosgrauwkop. In tegenstelling tot de zeereepsoorten zijn deze soorten maar ten dele goed in het veld herkenbaar, en zal soms microscopische controle nodig blijken. Ook komen ze, in tegenstelling tot de zeereepsoorten niet vanzelfsprekend samen voor in hetzelfde terrein. Tenslotte zijn de terreinen waarin de moerassoorten voorkomen niet altijd goed toegankelijk. Dat maakt het wat lastiger om deze groep aan te pakken.
We hebben een inventarisatie gemaakt van de bekende vindplaatsen vanuit het karteringsbestand, waarbij we zoveel mogelijk recente gegevens hebben verwerkt. Het resultaat daarvan is te zien op de verspreidingskaartjes van de betreffende soorten. Afhankelijk van het voorkomen en de verspreiding van de betreffende soort zal in eerste instantie een selectie worden gemaakt van vindplaatsen die in de komende 6 jaar zullen worden bezocht, in nauwe samenwerking met het CBS die voor de statistische verwerking van de gegevens verantwoordelijk is.

Wat vragen we van de vrijwilligers?

  • De bereidheid om een of meer vindplaatsen van de betrokken soorten te bezoeken, waarbij deze twee maal per jaar moet worden bezocht, bij voorkeur door twee verschillende waarnemers, en binnen een periode van 14 dagen. Het is niet nodig om een hok voor meer jaren te claimen. In tegenstelling tot de soorten van het zeereep project, komen sommige van de moerassoorten al vroeg in het seizoen tevoorschijn, en zal het eerste bezoek aan de vindplaats al in de zomermaanden plaats kunnen vinden, als de weersomstandigheden gunstig zijn. Er zal een grove schatting moeten worden gemaakt van de aantallen, maar het is niet nodig om alle vruchtlichamen te tellen. Dit geldt ook voor de begeleidende soorten. Het noteren van de begeleidende soorten hoeft niet uitputtend te zijn, maar het is voor de statistische verwerking prettig als er soortenlijstjes kunnen worden gebruikt per bezoek, ook als de betrokken telsoort niet aanwezig is.
  • De vindplaatsen kunnen worden geselecteerd via het invoerportal.
  • Veel terreinen die in aanmerking komen, zijn beschermd, en vaak niet zonder meer toegankelijk. Er zal meestal een vergunning nodig zijn. De coördinatoren kunnen u helpen bij het aanvragen daarvan. Houd er rekening mee dat dit vaak lang van tevoren moet gebeuren.
  • De gevonden soorten en aantallen moeten worden ingevoerd in een het invoerportal dat voor dit project zal worden ontwikkeld.

Er zijn drie habitattypen: lees meer over veenmosrietlanden, hoogvenen en hoogveenbossen...

Hoe kunt u zich aanmelden?
U kunt zich aanmelden via de reserveringsmodule in het invoerportaal voor het 'Verspreidingsonderzoek Moeraspaddenstoelen' via de NDFF Verspreidingsatlas. U heeft daarvoor een account nodig dat u kostenloos kunt aanmaken. Vervolgens kunt u zelf de km-hokken aanklikken en registreren.

Meteen naar het Invoerportaal

Liever op papier uw waarnemingen invullen?
download het veldformulier berkenbroekbossen
download het veldformulier veenmosrietlanden en veenmosheiden
download het veldformulier hoogvenen